Ingrid Bilardie-de Boer
ISBN: 9789085605997
128 pagina's
Gebonden
Silke voelt zich verantwoordelijk voor haar broertje Ander. Staat ze er alleen voor?
Net verhuisd en een huis vol rommel. Pap en mam worden er helemaal gestrest van. Om haar ouders een plezier te doen neemt Silke haar jongere broertje Ander mee uit wandelen om de buurt te verkennen. Dan kunnen zij rustig de dozen uitpakken en de telefoon aansluiten.
Silke is van plan om met Ander naar de school te lopen en daarna weer naar huis. Alleen, was die school nu links af bij die boom, of rechtsaf bij die andere boom. Alle straten lijken op elkaar. Als ze ineens op een lang en verlaten fietspad lopen, met de hete zon op hun hoofd, weet Silke het zeker. Ze zijn verdwaald. En om het allemaal nog erger te maken loopt Ander tegen een fiets aan!
Gelukkig ziet het ernaar uit dat de jongen op de fiets hen wil helpen. Maar Ander heeft pdd nos, een vorm van autisme, en dat maakt de tocht naar huis extra moeilijk.
Fragment:
‘Ander, hoor eens. We lopen verder langs deze weg, goed?’ zegt ze. ‘Gewoon rechtuit. Hopelijk hangt er verderop een bord, dan kunnen we zien waar we zijn. Wil jij ook kijken of je een bord ziet? Een verkeersbord. Zo’n blauwe, met letters erop. Kan je dat?’
Ze is al dik tien stappen verder als het tot haar doordringt dat Ander geen antwoord geeft. En dat hij het ook al minutenlang niet over krokodillen heeft gehad.
Ze draait zich om.
‘Ander?’
Geen antwoord.
Haar handen worden klam. Rustig blijven. Hij is er heus, ze kijkt gewoon niet goed.
‘Ander, waar ben je nu?’
Nee. Nee nee nee, nee. Hoe kan hij nu zo snel verdwijnen. Dat kan helemaal niet. Daarnet stond hij hier, naast haar, met een snottige neus en een vuile veeg op zijn zachte ronde wangetje.
‘Ander!’
Ze gilt zijn naam de ruimte in, zo hard ze kan. Niets.
Klik hier voor de lesbrief van Krokodillen in het gras